Koers
Het weekoverleg dat wél werkt: een agenda van zestig minuten
Een goed weekoverleg duurt een uur, heeft elke week dezelfde vaste opbouw en besteedt de meeste tijd aan het oplossen van een paar echte knelpunten. Met zeven vaste onderdelen en dertig minuten voor knelpunten past dat in zestig minuten.
Maandag, tien uur. Vijf mensen rond de tafel, koffie erbij. Iemand begint over een klant die klaagt, iemand anders over de planning, en na anderhalf uur loopt iedereen weg met het gevoel dat er veel is gezegd en weinig besloten. Volgende week precies hetzelfde.
Het weekoverleg is het belangrijkste uur van je week als je een bedrijf met mensen runt. Het is de plek waar wat in jouw hoofd zit, gedeeld wordt. Juist daarom loont het om er een vaste vorm aan te geven.
Waarom een vaste agenda helpt
Organisatiepsycholoog Roger Schwarz schrijft in Harvard Business Review dat een goede agenda vooraf duidelijk maakt wat er vóór en tijdens het overleg moet gebeuren. Zonder die duidelijkheid komen mensen onvoorbereid binnen, dwaalt het gesprek af en gaat de tijd op aan dingen die niet voor iedereen bedoeld zijn.
Twee bekende methodes laten zien hoe dat er in de praktijk uitziet.
- Het Level 10-overleg uit EOS duurt negentig minuten, elke week op dezelfde dag, hetzelfde tijdstip en met dezelfde agenda. Zestig van die negentig minuten gaan naar één onderdeel: knelpunten benoemen, bespreken en oplossen.
- Patrick Lencioni beschrijft in Death by Meeting het wekelijkse tactische overleg. Het begint met een rondje waarin iedereen één minuut krijgt voor de twee of drie prioriteiten van die week. Pas daarna kiest het team waar de rest van het overleg over gaat.
Het gemeenschappelijke idee: het meeste van het uur gaat naar oplossen, niet naar vertellen.
Een agenda van zestig minuten
Negentig minuten is voor veel mkb-teams te lang om elke week vol te houden. Met zestig minuten kom je ver, als je de opbouw strak houdt.
- Start en goed nieuws (5 minuten). Ieder noemt kort één ding dat goed ging, zakelijk of privé. Dat klinkt soft, maar het zorgt dat iedereen er met het hoofd bij is.
- De cijfers (5 minuten). Vijf tot tien getallen die elke week terugkomen: omzet, nieuwe aanvragen, kas, leverbetrouwbaarheid. Je bespreekt ze niet, je kijkt alleen of ze op koers liggen. Wat afwijkt, gaat naar de lijst met knelpunten.
- Doelen van het kwartaal (5 minuten). Per doel zegt de eigenaar: op schema of niet. Geen toelichting. Wat niet op schema ligt, gaat naar de knelpunten.
- Rondje prioriteiten (5 minuten). Iedereen noemt in een minuut de twee of drie dingen die deze week voorgaan.
- Afspraken van vorige week (5 minuten). Klaar of niet klaar. Wat niet klaar is, krijgt een nieuwe datum of gaat naar de knelpunten.
- Knelpunten oplossen (30 minuten). Kies de belangrijkste drie van de lijst en werk ze af, één voor één. Wat is het echte probleem, wat weten we, wat doen we, en wie doet het.
- Afsluiten (5 minuten). Lees de nieuwe afspraken voor. Spreek af wat ieder aan het eigen team vertelt. Geef het overleg een cijfer van 1 tot 10.
Het meeste van het uur gaat naar oplossen, niet naar vertellen.
Wat je eruit laat
Een weekoverleg is geen strategiesessie. Lencioni maakt dat onderscheid scherp: grote vragen over koers en richting horen in een apart, langer overleg, niet tussen de planning en de klachten door. Komt er een strategisch onderwerp op, zet het dan op een aparte lijst voor de maandelijkse of kwartaalsessie.
Ook statusupdates horen er niet in. Iets wat je in een berichtje kunt lezen, hoeft niet voorgelezen te worden.
Wat er misgaat, en hoe je het herkent
- Het overleg wordt steeds verplaatst. Dan is het geen ritme meer. EOS hamert er niet voor niets op dat het op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip valt, en op tijd begint en eindigt.
- De knelpunten worden besproken, maar niet opgelost. Je herkent het aan onderwerpen die drie weken achter elkaar terugkomen. Vraag aan het eind van elk knelpunt: wat is de volgende stap, en van wie is die?
- Eén persoon praat de helft van de tijd. Vaak is dat de eigenaar. Laat iemand anders het overleg leiden en neem zelf de rol van deelnemer.
- Afspraken zijn vaag. "We gaan kijken naar de planning" is geen afspraak. "Sanne stuurt vrijdag een nieuwe planning voor week 43" wel.
FranklinCovey gebruikt in de eigen methode zelfs een nog korter wekelijks moment, hooguit twintig minuten, waarin iedereen zegt of de toezeggingen van vorige week zijn nagekomen en wat de toezeggingen voor deze week zijn. Heb je weinig tijd, dan is dat een goede minimale vorm.
Zo begin je deze week
- Kies een vaste dag en een vast tijdstip voor zestig minuten, en zet het voor de komende drie maanden in ieders agenda.
- Schrijf de zeven onderdelen hierboven op één A4 en neem dat blad elke week mee.
- Kies vijf getallen die je elke week wilt zien, en vraag één collega om die vóór het overleg op te halen.
Na vier weken merk je het verschil: minder losse vragen tussendoor, minder mails, en een team dat weet wat er speelt.
In Aivio
In Koers is het weekoverleg al voorbereid voordat je binnenloopt: wat er veranderd is en wat een besluit vraagt, staat klaar voordat jullie gaan zitten.
Tips
- Zet het overleg op een vaste dag en een vast tijdstip, en verplaats het niet. Een overleg dat steeds schuift, verliest zijn functie als ritme. Liever een korte versie dan geen versie.
- Laat iedereen in één minuut de twee of drie prioriteiten van de week noemen. Zo zie je in een paar minuten waar werk dubbel gebeurt of blijft liggen, en weet je waar de rest van het uur heen moet.
- Sluit af met wie wat doet vóór wanneer. Een overleg zonder afspraken op naam is een gesprek. Lees de afspraken aan het eind hardop voor.
Bronnen
- How to Design an Agenda for an Effective Meeting Harvard Business Review (Roger Schwarz)
- What is a Level 10 Meeting? The Weekly Leadership Meeting Agenda EOS Worldwide
- Death by Meeting Ohio State University, Fisher College of Business (Lead Read Today)
- Discipline 4: Create a Cadence of Accountability FranklinCovey
Meer over koers
-
Koers
Besluiten vastleggen zodat ze niet steeds terugkomen
Een besluit komt niet terug als vastligt wat er is besloten, waarom, door wie en wanneer je het opnieuw bekijkt. Een besluitenlijst met vijf regels per besluit is genoeg, en besluiten die je kunt terugdraaien mag je snel nemen.
-
Koers
Drie tot vijf doelen per kwartaal: waarom minder meer oplevert
Kies je per kwartaal maar drie tot vijf doelen, elk met één eigenaar en een duidelijk eindpunt, dan is de kans groter dat je ze haalt. Schrijf elk doel als 'van X naar Y vóór datum Z' en zet wat afvalt op een lijst voor later.
-
Koers
Een concurrentieanalyse die je iets oplevert
Een bruikbare concurrentieanalyse vergelijkt drie of vier echte concurrenten op de punten waarop klanten kiezen, en eindigt met één keuze voor je eigen bedrijf. Kijk daarbij verder dan directe concurrenten: ook vervangers, klanten en leveranciers bepalen je ruimte.