Geld
Vijf financiële kengetallen die je moet kennen
Vijf kengetallen vertellen je het meeste over je bedrijf: brutomarge, nettomarge, current ratio, solvabiliteit en debiteurendagen. Wie ze elk kwartaal uitrekent, ziet problemen met winst, betalen en schulden aankomen voordat de bank ze ziet.
Je zit bij de bank voor een krediet. De accountmanager bladert door je jaarrekening en zegt: "Uw solvabiliteit is wat aan de lage kant, en de current ratio ook." Je knikt. Thuis zoek je op wat dat eigenlijk betekent, en of het erg is.
Dat kan anders. Vijf kengetallen vertellen het meeste over hoe je bedrijf ervoor staat. Je rekent ze uit met je balans en je winst-en-verliesrekening, in een kwartier. Ondernemersplein noemt liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit als de kengetallen waar financiers naar kijken. Hieronder vind je ze in gewone taal, aangevuld met de marge.
1. Brutomarge: verdien je aan wat je verkoopt
Berekening: omzet min inkoop en direct werk, gedeeld door omzet.
Een bedrijf met € 1.000.000 omzet en € 600.000 inkoop heeft een brutomarge van 40 procent. Van elke euro omzet blijft 40 cent over om de rest van het bedrijf van te betalen.
Daalt dit getal, terwijl de omzet stijgt, dan verkoop je meer maar verdien je per opdracht minder. Vaak zit het in inkoopprijzen die je niet hebt doorberekend.
2. Nettomarge: wat blijft er onder de streep
Berekening: nettowinst gedeeld door omzet.
Hier tellen alle kosten mee: huur, personeel, rente, afschrijving. Hetzelfde bedrijf met € 50.000 winst heeft een nettomarge van 5 procent. Dit getal laat zien hoeveel ruimte je hebt als het een keer tegenzit. Bij 2 procent is een verloren klant al snel het verschil tussen winst en verlies.
Ondernemersplein beschrijft rentabiliteit als hoeveel winst je maakt op het geld dat in het bedrijf zit. Dat is een verwante blik: niet winst per euro omzet, maar winst per geïnvesteerde euro.
3. Current ratio: kun je je rekeningen betalen
Berekening: vlottende activa (kas, debiteuren, voorraad) gedeeld door kortlopende schulden.
Ondernemersplein noemt de current ratio als een van de cijfers die je betaalvermogen op korte termijn laten zien. Heb je € 300.000 aan vlottende activa en € 200.000 aan schulden die binnen een jaar betaald moeten worden, dan is je current ratio 1,5. Onder de 1 betekent: als alles tegelijk betaald moet worden, kom je tekort.
Een strengere versie is de quick ratio: dezelfde som, maar zonder voorraad. Voorraad is immers niet altijd snel te verkopen.
4. Solvabiliteit: hoeveel is echt van jou
Berekening: eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen op de balans.
Volgens Ondernemersplein laat solvabiliteit zien hoeveel van het bedrijf is gefinancierd met eigen geld. Een balans van € 800.000 met € 240.000 eigen vermogen geeft een solvabiliteit van 30 procent. Hoe hoger, hoe minder je afhankelijk bent van geldschieters en hoe beter je een slechte periode opvangt.
Schuld is niet per definitie slecht. Harvard Business Review wijst erop dat analisten en investeerders juist willen dat bedrijven schuld slim gebruiken. Het gaat om de verhouding: kun je de rente en aflossing dragen, ook in een minder jaar?
5. Debiteurendagen: hoe snel krijg je je geld
Berekening: openstaande debiteuren gedeeld door omzet, maal 365.
Staat er € 150.000 open bij klanten en is je jaaromzet € 1.000.000, dan duurt het gemiddeld ongeveer 55 dagen voordat je betaald wordt. Ondernemersplein noemt voor debiteuren- en voorraadtermijn een norm van maximaal 30 tot 90 dagen, afhankelijk van je branche. In een liquiditeitsbegroting noemt Ondernemersplein gemiddeld 45 dagen voordat een factuur wordt betaald.
Loopt dit getal op, kijk dan eerst naar je eigen proces: gaan facturen direct na levering de deur uit, en belt iemand op de eerste dag dat een betaling te laat is? Vaak zit de winst daar, niet bij de klant.
Elke dag eraf is geld op je rekening. Bij € 1.000.000 omzet scheelt tien dagen sneller betaald krijgen ruim € 27.000 aan kas.
Waarom juist deze vijf
Samen beantwoorden ze drie vragen. Verdien je genoeg (marges)? Kun je betalen (current ratio en debiteurendagen)? En sta je stevig (solvabiliteit)? Dezelfde vragen stelt een bank bij een krediet en een koper bij een overname. Ook de KVK noemt bij het waarderen van een bedrijf methoden die op winst, bezittingen en schulden zijn gebaseerd. Wie deze vijf kent, kent dus ook de taal van die gesprekken.
Eén getal is een foto. Vier kwartalen achter elkaar zijn een film.
Zo begin je deze week
- Pak de balans en winst-en-verliesrekening van het laatste kwartaal en reken de vijf getallen uit. Het mag op de achterkant van een envelop.
- Doe hetzelfde voor hetzelfde kwartaal vorig jaar, zodat je de richting ziet.
- Kies het getal dat de verkeerde kant op gaat en bedenk één actie die het volgende kwartaal helpt.
In Aivio
In Geld zie je je cijfers zoals een bank ze bekijkt, voordat je met de bank aan tafel zit.
Tips
- Reken de vijf getallen elk kwartaal uit en zet ze in één rij naast elkaar. Eén meting zegt weinig. De richting over vier kwartalen zegt veel.
- Vergelijk met jezelf voordat je met de branche vergelijkt. Een installateur en een webwinkel hebben totaal andere normale waarden. Je eigen trend is het eerlijkste ijkpunt.
- Spreek per kengetal een grens af waarbij je actie neemt. Bijvoorbeeld: zakt de current ratio onder 1,2, dan bespreken we het in het weekoverleg.
Bronnen
- Stappenplan Financieel Plan maken voor uw financieringsaanvraag Ondernemersplein
- Liquiditeitsbegroting maken Ondernemersplein
- A Refresher on Debt-to-Equity Ratio Harvard Business Review
- Je bedrijf waarderen KVK
Meer over geld
-
Geld
Betaaltermijnen tussen bedrijven: wat de wet zegt in 2026
Tussen bedrijven geldt zonder afspraak een betaaltermijn van 30 dagen, en een afgesproken termijn mag in de regel niet langer zijn dan 60 dagen. Betaalt een groot bedrijf een mkb-bedrijf, dan is 30 dagen het maximum. Na de termijn heb je recht op wettelijke handelsrente en minstens 40 euro incassokosten.
-
Geld
Brutomarge per product of dienst: zie waar je echt aan verdient
De brutomarge is je omzet min de directe kosten, als percentage van de omzet. Wie die marge per product of dienst uitrekent in plaats van voor het hele bedrijf, ziet welke lijnen het geld verdienen en welke er stilletjes op teren.
-
Geld
Btw en je kasstroom: zo plan je je afdrachten
Btw die je ontvangt is niet van jou, en bij het factuurstelsel ben je de btw al verschuldigd voordat je klant heeft betaald. Zet je de afdrachtdata van 2026 in je kasprognose en houd je de btw direct apart, dan word je niet verrast door een grote betaling aan het eind van de maand na het kwartaal.