Geld
Hoeveel kasbuffer is genoeg voor je bedrijf
Een kasbuffer meet je het best in weken vaste uitgaven die je kunt betalen als er even niets binnenkomt. Hoeveel weken genoeg is, hangt af van hoe wisselend je inkomsten zijn, hoe snel je kunt bijsturen en hoe afhankelijk je bent van een paar klanten.
Een grote klant stelt een betaling uit. Dezelfde maand gaat er een bus kapot en komt de aanslag van de Belastingdienst. Elk van die drie is te overzien. Samen in één maand niet. Een buffer is er voor precies dat moment: als het niet één ding is, maar drie tegelijk.
De vraag is hoeveel genoeg is. Te weinig maakt je kwetsbaar. Te veel op de bank laten staan, kost ook iets: dat geld werkt niet voor je bedrijf. Er is geen getal dat voor iedereen klopt, maar er is wel een manier om je eigen getal te vinden.
Meet je buffer in dagen
Het JPMorgan Chase Institute onderzocht de rekeningen van 597.000 kleine bedrijven in de Verenigde Staten. Het rekende uit hoeveel dagen een bedrijf zijn uitgaven kan blijven betalen als er niets meer binnenkomt. Dat noemden ze bufferdagen.
De uitkomst is ontnuchterend. Het mediane bedrijf had 27 bufferdagen. Een kwart had er minder dan 13, een kwart meer dan 62. Restaurants zaten het laagst, met 16 dagen. Volgens het instituut houdt de helft van de kleine bedrijven minder dan een maand buffer aan. Het onderzoek is van 2016 en Amerikaans, maar de maatstaf is overal bruikbaar.
Zo reken je het zelf uit:
- Tel je vaste uitgaven per maand op: salarissen, huur, leasetermijnen, aflossingen, verzekeringen, abonnementen.
- Deel door vier en een derde. Dat zijn je vaste uitgaven per week.
- Deel je vrij beschikbare saldo door dat weekbedrag. Dat is je buffer in weken.
Een voorbeeld. Een bedrijf met 65.000 euro vaste uitgaven per maand geeft zo'n 15.000 euro per week uit. Staat er 90.000 euro vrij op de rekening, dan is de buffer zes weken.
Wat telt niet mee
Niet alles op je rekening is buffer.
- Btw en belasting. Die heb je geïnd of verdiend voor de Belastingdienst. KVK raadt aan dit geld meteen apart te zetten, bijvoorbeeld op een aparte rekening.
- Geld dat al een bestemming heeft. Een aanbetaling voor een machine die volgende maand komt, is geen buffer.
- Je kredietlimiet. Een rekening-courantkrediet is een goede tweede lijn, maar geen buffer. De bank kijkt geregeld opnieuw of je nog aan de afspraken voldoet, schrijft KVK. Juist in een slechte periode kan die ruimte kleiner worden.
Hoeveel weken voor jouw bedrijf
Voor starters noemt KVK als richtlijn drie tot zes maanden vaste lasten, privé en zakelijk samen. Voor een bedrijf met personeel en meer bewegende delen is de vraag eerder: welke klap moet ik kunnen opvangen? KVK benadrukt dat de juiste omvang afhangt van je situatie, zoals het aantal opdrachtgevers en hoe makkelijk je op vaste lasten kunt besparen.
Stel jezelf vier vragen. Elk ja is een reden om naar boven bij te stellen.
- Zijn je inkomsten seizoensgebonden? Een hovenier die in de winter weinig omzet draait, heeft meer nodig dan een abonnementsbedrijf.
- Komt meer dan een kwart van je omzet van één klant? Als die klant later betaalt of wegvalt, moet je dat kunnen overbruggen.
- Zijn je kosten moeilijk snel te verlagen? Vaste contracten en personeel in loondienst draai je niet in een maand terug.
- Betalen je klanten op lange termijn? Hoe langer je wacht op je geld, hoe meer ruimte je nodig hebt tussen factuur en betaling.
Een buffer is pas een buffer als iedereen weet wat de ondergrens is.
Van buffer naar drempel
Een buffer helpt alleen als je ziet dat hij krimpt voordat het te laat is. Spreek daarom een drempel af: het saldo waaronder je in actie komt. Bijvoorbeeld vier weken vaste uitgaven. Zakt de prognose daar in een van de komende weken onder, dan bespreek je in je weekoverleg wat je doet: een klant bellen, een inkoop uitstellen, of op tijd met je bank praten.
Is je buffer nu klein, begin dan klein. KVK raadt aan te beginnen met een bedrag dat je kunt missen en dat stap voor stap op te bouwen. Een vast percentage van elke ontvangen factuur naar een aparte rekening werkt beter dan wachten op een goed jaar.
Zo begin je deze week
- Tel je vaste uitgaven per maand op en reken ze om naar een weekbedrag.
- Deel je vrije saldo, zonder btw en belasting, door dat weekbedrag. Schrijf het aantal weken op.
- Leg met je compagnon of je controller een drempel vast, en wat er gebeurt als de prognose eronder zakt.
In Aivio
In Geld zie je je kas per week, 13, 26 of 52 weken vooruit, en zie je waar het saldo onder je drempel zakt en welke posten dat veroorzaken.
Tips
- Reken je buffer in weken, niet in euro's. Deel je saldo door je vaste uitgaven per week. Dan weet je hoe lang je het volhoudt als er niets binnenkomt, en zie je meteen of het genoeg is.
- Houd btw en belasting buiten je buffer. Geld dat je moet afdragen, is niet van jou. Zet het op een aparte rekening, zodat je buffer laat zien wat je echt hebt.
- Leg een drempel vast en spreek af wat er gebeurt als je eronder zakt. Een buffer werkt pas als iedereen weet wat de ondergrens is en welke stap volgt als het saldo daar komt.
Bronnen
- Cash Flows, Balances, and Buffer Days JPMorgan Chase Institute
- For Small Businesses: Cash is King JPMorgan Chase Institute
- Buffer opbouwen als ondernemer? KVK
- Dit is waarom je een buffer nodig hebt KVK
- Slim omgaan met je geld als ondernemer: 5 praktische tips KVK
- Wat is een rekening-courantkrediet? KVK
Meer over geld
-
Geld
Betaaltermijnen tussen bedrijven: wat de wet zegt in 2026
Tussen bedrijven geldt zonder afspraak een betaaltermijn van 30 dagen, en een afgesproken termijn mag in de regel niet langer zijn dan 60 dagen. Betaalt een groot bedrijf een mkb-bedrijf, dan is 30 dagen het maximum. Na de termijn heb je recht op wettelijke handelsrente en minstens 40 euro incassokosten.
-
Geld
Brutomarge per product of dienst: zie waar je echt aan verdient
De brutomarge is je omzet min de directe kosten, als percentage van de omzet. Wie die marge per product of dienst uitrekent in plaats van voor het hele bedrijf, ziet welke lijnen het geld verdienen en welke er stilletjes op teren.
-
Geld
Btw en je kasstroom: zo plan je je afdrachten
Btw die je ontvangt is niet van jou, en bij het factuurstelsel ben je de btw al verschuldigd voordat je klant heeft betaald. Zet je de afdrachtdata van 2026 in je kasprognose en houd je de btw direct apart, dan word je niet verrast door een grote betaling aan het eind van de maand na het kwartaal.