Geld
Financiering voor het mkb: bank, krediet, lease of factoring
De juiste financiering past bij waar het geld voor is: lang geld voor lange investeringen, flexibel geld voor schommelingen in je kas. Een banklening, rekening-courantkrediet, lease en factoring lossen elk een ander probleem op, en de overheid kan met een borgstelling helpen als je te weinig zekerheden hebt.
Je wilt een tweede productielijn. De bank stuurt een folder met zes soorten krediet, een leasemaatschappij belt terug met een maandbedrag, en een kennis zweert bij factoring. Je ziet door de bomen het bos niet meer.
Dat gevoel is breed gedeeld. Uit onderzoek van KVK uit september 2026 blijkt dat meer dan een derde van de ondernemers met een financieringsbehoefte weleens een aanvraag heeft laten varen omdat niet duidelijk was hoe het verder moest. Zes op de tien vinden het lastig te bepalen welke vorm bij hun situatie past.
Wie wel aanvraagt, krijgt meestal geld. Volgens de Financieringsmonitor 2025 van het CBS kreeg 93 procent van de mkb-bedrijven die een aanvraag indienden de financiering geheel of gedeeltelijk.
Begin bij het doel
De belangrijkste regel staat in elk financieringsboek: financier lang met lang en kort met kort. KVK noemt het de gouden balansregel. Bezittingen die je lang gebruikt, financier je met geld dat je lang mag houden. Wat snel omloopt, zoals voorraad en debiteuren, financier je met kort geld.
Stel daarom eerst drie vragen:
- Waarvoor is het geld? Een bezitting, of het opvangen van schommelingen in je kas?
- Hoeveel heb je nodig, en hoeveel kun je zelf inbrengen?
- Hoe lang heb je het nodig?
De vormen op een rij
Banklening. Een vast bedrag, een vaste looptijd en een aflossingsschema. Geschikt voor investeringen die jaren meegaan. Het is ook de meest voorkomende vorm: volgens de Financieringsmonitor 2025 was 41 procent van de verkregen financiering in het mkb een banklening.
Rekening-courantkrediet. Je mag tot een afgesproken limiet rood staan en betaalt alleen rente over wat je opneemt, legt KVK uit. Bedoeld voor schommelingen: seizoensvoorraad, een grote klant die later betaalt. Niet voor een machine. De bank kijkt geregeld of je nog aan de afspraken voldoet.
Lease. Na de banklening de meest voorkomende vorm, goed voor 20 procent van de verkregen financiering volgens het CBS. KVK onderscheidt twee soorten. Bij financial lease word je aan het eind eigenaar, staat het bedrijfsmiddel op je balans en draag je zelf onderhoud en risico. Bij operational lease blijft de leasemaatschappij eigenaar en betaal je voor het gebruik. Dat is duurder, maar onderhoud en risico liggen dan bij de leasemaatschappij.
Factoring. Je verkoopt je openstaande facturen aan een factoringbedrijf en krijgt meteen het grootste deel uitbetaald. Volgens KVK is dat bij klassieke factoring 80 tot 90 procent van het factuurbedrag. Bij de variant waarbij je zelf kiest welke facturen je verkoopt, kan het tot 97 procent zijn, tegen 1 tot 6 procent kosten per factuur. Factoring past als je groeit en je klanten lang over betalen doen.
Andere vormen. KVK noemt er meer: crowdfunding, een lening van familie of vrienden, een informele investeerder, kredietunies, durfkapitaal en een bedrijfshypotheek voor je pand. Vaak combineer je vormen. Dat heet stapelfinanciering.
De vraag is niet welke financiering de goedkoopste is, maar welke past bij waar het geld voor is.
Weinig zekerheden: de BMKB
Banken vragen zekerheden, zoals een pandrecht op je inventaris of voorraad. Heb je die onvoldoende, dan kan de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) helpen. De overheid staat dan borg voor een deel van de lening. Volgens RVO is de regeling bedoeld voor bedrijven met maximaal 250 werknemers en tot 50 miljoen euro omzet of 43 miljoen euro balanstotaal. Voor starters, korter dan drie jaar actief, staat de overheid voor 67,5 procent borg bij leningen tot 333.333 euro. Deze voorwaarden gelden volgens RVO tot en met 30 juni 2027. Je vraagt de BMKB niet zelf aan, maar via je financier.
Een rekenvoorbeeld
Een bouwbedrijf wil voor 180.000 euro een kraan kopen en heeft tegelijk in het voorjaar 60.000 euro extra nodig voor materiaal, omdat opdrachtgevers pas na oplevering betalen. Twee behoeften, twee vormen. De kraan gaat tien jaar mee: daar past een lening of financial lease bij met een looptijd die aansluit bij de levensduur. Het voorjaarsgat is tijdelijk: daar past een rekening-courantkrediet of factoring bij. Wie de 60.000 euro meefinanciert in de lening voor de kraan, betaalt jarenlang rente over geld dat het bedrijf maar een paar maanden nodig had.
Welke vorm voor jou het beste is, hangt af van je cijfers en je plannen. Laat je daarbij adviseren door je accountant of een erkend financieringsadviseur.
Zo begin je deze week
- Schrijf per financieringsbehoefte op: waarvoor, hoeveel, hoe lang.
- Zet er per behoefte de vorm naast die bij die looptijd past.
- Plan een gesprek met je accountant of financieringsadviseur, met dit lijstje als agenda.
In Aivio
In Geld bekijk je je cijfers zoals een bank ze bekijkt, voordat je met de bank aan tafel zit.
Tips
- Financier lang met lang en kort met kort. Een machine die tien jaar meegaat, betaal je niet uit een krediet dat de bank elk jaar kan herzien. Schommelingen in je kas vang je niet op met een lening van vijf jaar.
- Begin bij het doel, niet bij de vorm. Schrijf eerst op waarvoor je het geld nodig hebt, hoeveel en hoe lang. Dan valt de helft van de vormen vanzelf af.
- Vraag bij weinig zekerheden naar de BMKB. Met deze borgstelling staat de overheid voor een deel van je lening borg. Je vraagt haar aan via je bank of andere financier.
Bronnen
- Financieringsmonitor 2025 CBS
- Mkb'er krijgt aangevraagde financiering vaker toegewezen CBS
- Ondernemers zien op tegen financieringsaanvraag, een derde haakt af KVK
- Welke financieringsvormen zijn er? KVK
- Zakelijk lenen? Hier letten financiers op KVK
- Wat is een rekening-courantkrediet? KVK
- Wat is leasing? KVK
- Wat is factoring? KVK
- BMKB - Voorwaarden RVO
Meer over geld
-
Geld
Betaaltermijnen tussen bedrijven: wat de wet zegt in 2026
Tussen bedrijven geldt zonder afspraak een betaaltermijn van 30 dagen, en een afgesproken termijn mag in de regel niet langer zijn dan 60 dagen. Betaalt een groot bedrijf een mkb-bedrijf, dan is 30 dagen het maximum. Na de termijn heb je recht op wettelijke handelsrente en minstens 40 euro incassokosten.
-
Geld
Brutomarge per product of dienst: zie waar je echt aan verdient
De brutomarge is je omzet min de directe kosten, als percentage van de omzet. Wie die marge per product of dienst uitrekent in plaats van voor het hele bedrijf, ziet welke lijnen het geld verdienen en welke er stilletjes op teren.
-
Geld
Btw en je kasstroom: zo plan je je afdrachten
Btw die je ontvangt is niet van jou, en bij het factuurstelsel ben je de btw al verschuldigd voordat je klant heeft betaald. Zet je de afdrachtdata van 2026 in je kasprognose en houd je de btw direct apart, dan word je niet verrast door een grote betaling aan het eind van de maand na het kwartaal.